U wordt geconfronteerd met een fraude binnen uw onderneming. Hoe vergroot u de kans dat weggesluisde vermogensbestanddelen kunnen worden teruggehaald?

Bij het ontdekken van fraude is het is belangrijk dat u het aantal mensen dat van de fraude op de hoogte raakt zo klein mogelijk houdt. U weet immers nog niet wie er mogelijk bij de fraude betrokken zijn. Voorkomen moet worden dat de fraudeur op de hoogte raakt van uw ontdekking en bewijs vernietigt en/of het vermogen verder wegsluist.

Time is of the essence. Schakel zo snel mogelijk een advocaat en (externe) onderzoeker in. In verband met het verschoningsrecht van de advocaat kan het handig zijn om de opdracht aan de onderzoeker door de advocaat te laten verstrekken. De onderzoeker zal aan de hand van de beschikbare informatie de fraude zo goed mogelijk in kaart brengen. Voor zover daarvoor informatie van derden nodig is (denk bijv. aan transactiegegevens van bankrekeningen waarnaar door de fraudeur gelden zijn overgeboekt) en deze informatie niet vrijwillig wordt verstrekt, kan door uw advocaat de gang naar de rechter worden gemaakt voor een inzageverzoek ex art. 843a Rv, eventueel voorafgegaan door een bewijsbeslag. Indien de vermogensbestanddelen naar het buitenland blijken te zijn weggesluisd (hetgeen regelmatig voorkomt), zal doorgaans ook behoefte zijn aan informatie uit andere jurisdicties. Informatievergaring in verschillende jurisdicties vergt een goede afstemming en coördinatie, omdat in sommige jurisdicties (zoals de onze) een informatieverzoek niet ex parte is en de fraudeur onbedoeld op de hoogte raakt. Om diezelfde reden is het soms beter om te wachten met het nemen van beslagmaatregelen.

Te bewandelen routes naast het terughalen van vermogensbestanddelen

Het volgen van een strafrechtelijk traject naast de civiele (verhaals)route kan meerwaarde opleveren. De vennootschap komt in de regel als benadeelde partij over belangrijke informatie uit het strafdossier te beschikken – te benutten bij een aansprakelijkheidsclaim of te bereiken schikking – en kan begunstigde zijn van ontnemingsvorderingen van het OM. We adviseren om dit door de betrokken civiele- en strafrechtadvocaat goed te laten afstemmen.

Behalve onderzoek naar de gepleegde fraude ‘as such’ zal de onderneming willen (moeten) weten hoe de fraude heeft kunnen plaatsvinden. Dit betekent dat tevens aspecten van de administratieve organisatie en interne controle, binnen het bestek van intern governance onderzoek, nagelopen worden. Uit de rapportage (lessons learned) kunnen te implementeren verbeterpunten volgen.

Afhankelijk van de aard en omvang van de fraude en bekendheid daarvan in de markt zal in externe communicatie(s) tot uitdrukking worden gebracht dat de onderneming ‘er boven op zit’, (intern) onderzoek heeft ingesteld en in afwachting is van de resultaten daarvan. Zie hiervoor onze bijdrage omtrent reputatiemanagement in de GCN congresbundel van 2015. Het devies is om terughoudend te zijn met mededelingen over mogelijk bij de fraude betrokkenen nu dit onnodig schade kan berokkenen.

Nadat de feiten zorgvuldig in kaart zijn gebracht en de personen die van het onderzoek deel hebben uitgemaakt in de gelegenheid zijn gesteld om via hoor en wederhoor hun visie te geven, kan een aansprakelijkheidsactie jegens de frauderende daders opportuun zijn. Waaruit die actie zal bestaan is mede afhankelijk van al dan niet succesvol getraceerd en gerecupereerd onttrokken vermogen. Inzet kan zijn een civiele procedure tot vergoeding van (nadere) schade, een – mede met hulp van de verzekeraar – te treffen schikking of een weloverwogen afzien van verdere juridische acties. Welke actie in de gegeven omstandigheden het belang van de onderneming en haar stakeholders het beste dient zal onderdeel uitmaken van een geïnformeerd besluitvormingsproces.

Het spreekt voor zich dat de GC bij de verschillende aspecten van fraudeproblematiek een belangrijke (coördinerende) spilfunctie kan vervullen.

Over de auteurs:

Cathalijne van der PlasCathalijne van der Plas, associate partner bij Höcker Advocaten, is specialist op het terrein van het Internationaal Privaatrecht en Asset Recovery. Op deze rechtsgebieden geeft zij regelmatig presentaties in binnen- en buitenland en publiceert zij in vakliteratuur. Cathalijne maakt deel uit van ICC’s FraudNet, het aan de International Chamber of Commerce verbonden wereldwijde netwerk van advocaten die gespecialiseerd zijn in de bestrijding van internationale fraude.

 

 

 

 

Yvette BorriusYvette Borrius, partner bij Höcker Advocaten, is hoofd van de sectie corporate litigation. Zij is als advocaat, boardroom counselor en onderzoeker werkzaam op o.a. het terrein van corporate governance (voor zowel bestuur als toezichthouders). Yvette publiceert en doceert regelmatig op het gebied van bestuurders-aansprakelijkheid. Zij is bestuurslid van de IBA Litigation Committee en van de Vereniging Corporate Litigation.