In de praktijk wordt er geregeld gebruik gemaakt van onduidelijke cq. onvolledige beëindigingsbedingen. Dit leidt veelvuldig tot juridische geschillen en onnodige kosten. Ook al heerst er bij het closen van een deal een hosannastemming: denk in de draftingfase goed na over het einde, voordat de relatie begint.

Inleiding
Bij onderhandelingen over duurovereenkomsten wordt in de praktijk geregeld onvoldoende aandacht besteed aan beëindigingsbedingen. Een eigen boilerplateclausule of die van de andere partij wordt gebruikt. Dat lijkt voldoende, zeker als de belangrijkste zaken, zoals waarborg van kwaliteit van het betreffende product en/of dienst, prijs en beperking van aansprakelijkheid goed geregeld zijn.

Uit de vele rechtspraak op het gebied van beëindiging van duurrelaties blijkt dat onduidelijke cq. onvolledige(boilerplate) beëindigingsclausules tot geschillen leiden. Dit beeld wordt uitdrukkelijk bevestigd door twee Hoge Raad arresten van dit voorjaar over de aard en strekking van beëindigingsbedingen: Goglio/SMQ en Alert/Jeroen Bos Ziekenhuis. Geschillen over beëindigingsbedingen brengen hoge extra kosten met zich mee (zoals kosten organisatie, juridische kosten, eventuele opzegtermijn en schadevergoeding). Daarbij is een beëindiging soms zelfs zo kostbaar dat een partij ervoor kiest om de duurovereenkomst ongewild voort te zetten. Een tekenend voorbeeld hiervan is dat de partijen uit het vermaarde arrest Latour/ De Bruijn tot op heden nog steeds met elkaar samenwerken (nadat de opzegging van Latour onregelmatig werd geacht).

Beëindigingsbeding: opzegging en/of ontbinding?
Beëindigingsbedingen van een duurovereenkomst haken meestal aan bij de wijzen van beëindiging: a) opzegging (bijzondere contractuele beëindigingsvorm) of b) ontbinding wegens een tekortkoming ex artikel 6:265 BW (met alle rechtsgevolgen vandien).

Kort gezegd komen deze op het volgende neer:

Opzegging: een duurovereenkomst voor bepaalde tijd zonder opzegbeding of wettelijke beëindigingsmogelijkheid kan niet tussentijds worden opgezegd (behalve in uitzonderlijke gevallen op grond van aanvullende en beperkende redelijkheid en billijkheid of onvoorziene omstandigheden). Een duurovereenkomst van bepaalde tijd met opzegbeding kan wel tussentijds worden beëindigd, behalve als dit onaanvaardbaar is met oog op beperkende redelijkheid en billijkheid. Aanvullende werking van redelijkheid en billijkheid kan nadere eisen stellen aan een contractuele opzeggingsmogelijkheid bij een leemte. Opzegging van duurovereenkomsten van onbepaalde tijd zonder opzegbeding is in beginsel mogelijk, tenzij redelijkheid en billijkheid vergen dat a) een opzegtermijn in acht moet worden genomen, dat b) een opzeggingsgrond dient te bestaan en/of c) een aanbod tot schadevergoeding moet worden gedaan.

Ontbinding: volgens artikel 6:265 BW is ontbinding mogelijk bij een tekortkoming waarvoor de schuldenaar in verzuim moet verkeren, tenzij nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is. Een schuldenaar kan de ontbinding rechtsgeldig betwisten als hij stelt en zo nodig bewijst dat de tekortkoming gezien de bijzondere aard of geringe betekenis de ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Ontbinding resulteert in ongedaanmakingsverbintenissen. Ook schadevergoeding kan aan de orde zijn. Een ontbindingsbepaling is van regelend recht en kan dus contractueel worden aangepast en/of worden uitgesloten.

Problemen in praktijk
In de praktijk is bij beëindigingsbedingen niet altijd duidelijk of partijen hebben bedoeld een opzeggingsbeding of een ontbindingclausule (invulling van wettelijke ontbindingsmogelijkheid) overeen te komen.

Dit leidt tot discussiepunten als:
1) Is voor beëindiging het tekortschieten of verzuim van een partij nodig?
2) Is naast beëindiging op grond van het contract ook nog reguliere ontbinding volgens artikel 6:265 BW mogelijk?
3) Gelden er ongedaanmakingsverbintenissen (zoals bij wettelijke ontbinding)?
4) Bestaat er naast beëindiging ook aanspraak op schadevergoeding?

Verder is als les uit het Goglio-arrest van afgelopen februari naar voren gekomen dat een leemte in de opzegregeling tot aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid kan leiden.

Tip
Besteed voldoende aandacht aan het beëindigingsbeding (kwalificatie en gevolgen). Verstandig is om een zo dekkend mogelijke beëindigingsregeling overeen te komen.

The devil is in the detail.

Over de auteur:

Bart-Adriaan de Ruijter is specialist in corporate & commerciële procesvoering en commercieel contractwerk bij het team Commercial & International Trade van Kennedy Van der Laan. Zijn praktijk is gericht op vertegenwoordiging en advies van bestuursleden en bedrijven in complexe potentieel litigieuze situaties. Verder adviseert Bart-Adriaan (handels)bedrijven over contractuele bedrijfsvoering, met name op het gebied van retail, distributie, franchise en agentuur strategie. Hierbij kan hij putten uit zijn ervaring als bestuurder, toezichthouder en inhouse legal counsel.