Met alle commotie rondom de dividendbelasting, het lage btw-tarief en de openbaarmaking van de Paradise Papers staan onze belastingen weer volop in de schijnwerpers. De verhitte discussies over al die thema’s zijn niet los te zien van de manier waarop Nederland en de landen om ons heen omgaan met belastingen. En daar is een duidelijke rode draad in te ontdekken.

Vooral de Paradise Papers hebben weer veel opgerakeld over de manier waarop grote internationale ondernemingen via allerlei inventieve structuren op zoek gaan naar de laagste belastingdruk en daarmee – zo luidt het verwijt – hun maatschappelijke verantwoordelijkheid ontlopen en de belastingmoraal van de gewone burger ondermijnen. 2018 zal dan ook vooral het jaar zijn waarin Europese landen uit alle macht proberen het net te sluiten rondom belastingontwijkende multinationals. Niet voor niets draaien alle grote belastingtrends van 2018 om dit thema.

  1. Meer transparantie tussen landen (en hoe daar mee om te gaan)

Eind 2017 zullen multinationals met een omzet van meer dan 750 miljoen euro hun eerste country-by-country-rapporten (CBCR’s) moeten indienen bij de belastingautoriteiten. Artikel 29e van de Wet op de vennootschapsbelasting verplicht ze daartoe. Deze landenrapporten worden vervolgens uitgewisseld met de belastingdiensten van alle landen waarin de multinational actief is. Het doel hiervan is [uiteraard] om inventieve structuren op te sporen en, waar mogelijk, meer belasting te kunnen heffen van multinationals.

De CBCR’s mogen niet rechtstreeks worden gebruikt om een belastingaanslag op te leggen, maar kunnen wel de basis zijn voor nader onderzoek. De verwachting is dan ook dat vele multinationals in 2018 extra informatieverzoeken zullen ontvangen. In enkele gevallen zal dat leiden tot aangepaste aanslagen. Mogelijk zullen de belastingautoriteiten van verschillende landen belasting op dezelfde activiteiten willen heffen – met dubbele belasting als gevolg.

De beste aanpak voor multinationals? Een goed gecoördineerde en tijdige informatieverstrekking kan het risico op geschillen en naheffingen aanzienlijk verkleinen. Het is zaak om daarbij in lijn met elke CBCR te blijven en dezelfde informatie te verstrekken die andere autoriteiten ook al bezitten. De sinds 2016 verplichte transfer-pricing-documentatie gaat hierbij een belangrijke rol spelen. Alleen zo is het mogelijk om minder te betrokken te raken bij bezwaar-, beroeps- en arbitragezaken, die zeker een langlopend karakter kunnen krijgen als belastingdiensten van verschillende landen ook onderling een geschil hebben over de belastbaarheid van bepaalde bedrijfsactiviteiten.

  1. Meer wetgeving tegen “agressieve tax planning”

De OESO en de Europese Commissie zijn al sinds 2015 hard bezig om agressieve tax planning door multinationals tegen te gaan. Een groot aantal voorstellen moet in alle EU-landen verplicht in werking treden op 1 januari 2019. Het gaat onder meer om beperking van renteaftrek (straks gebaseerd op ebitda), heffing op ‘passieve groepsactiviteiten bij dochtermaatschappijen’ en diverse andere maatregelen die gericht zijn tegen belastingontwijking. Vanaf 2020 moet bovendien de belangrijke maatregel tegen zogenaamde hybride structuren operationeel zijn.

In Nederland heeft al een internetconsultatieronde plaatsgevonden over deze maatregelen. De meeste betrokkenen vonden de plannen nog te onduidelijk, vooral omdat die door de nieuwe regering (die er nog niet was) moeten worden uitgewerkt. Ook het nieuwe regeerakkoord heeft nog niet de gewenste details. Het gevolg is dat veel multinationals investeringen en andere beslissingen op de lange baan hebben geschoven.

Alsof de wetgever nog niet genoeg werk heeft aan het uitwerken en implementeren van de nieuwe EU-richtlijnen voor 2019, bulkt het nieuwe regeerakkoord ook nog van de landelijke belastinghervormingen. Denk aan de verlaging van de vennootschapsbelasting, waar een verbreding van de grondslag en een aanpassing van het box 2-tarief tegenover staat. Of aan de veelbesproken afschaffing van de dividendbelasting, terwijl er juist een bronbelasting wordt ingevoerd op rente en royalty’s. Of de wijziging van de inkomstenbelastingschijven tegenover een beperking van de hypotheekrenteaftrek. Bijna niemand lijkt alle voorstellen volledig te omarmen, al is een zekere balans in het geheel niet te ontkennen.

  1. Belastingmaatregelen voor de digitale economie

In de digitale economie van vandaag kunnen overheden makkelijker dan ooit gegevens over de belastingbetaler verzamelen en analyseren. Tegelijk wordt het steeds moeilijker om te bepalen in welk land (internet)bedrijven hun activiteiten uitvoeren. Grensoverschrijdende online-verkopen neemt hand over hand toe en stelt overheden voor een enorme uitdaging. Want als de internationale online-verkoop onbelast blijft, treedt er concurrentievervalsing op die grote gevolgen heeft voor de binnenlandse economieën en de bijbehorende btw-opbrengsten.

In 2015 bepaalde de OESO dat de digitale economie niet meer is te onderscheiden van de gewone economie. Tegelijk hebben diverse EU-landen onder leiding van Duitsland en Frankrijk – niet de minste landen dus – plannen voor een extra belasting op digitale diensten en leveringen. De gedachte daarachter is dat bedrijven als Netflix een enorme omzet uit een land kunnen halen zonder enige noemenswaardige fysieke aanwezigheid.

Daarom is de EU begonnen met een internetconsultatie waarmee de unie ideeën wil verzamelen over de manier waarop we moeten omgaan met de digitale economie. In het eerste kwartaal van 2018 worden de eerste resultaten hiervan gepubliceerd. Die kunnen de basis vormen van voorstellen van de Europese Commissie, in samenspraak met de ministers van financiën van de lidstaten. Die voorstellen kunnen weer uitmonden in een nieuwe EU-richtlijn voor ‘digitale belastingen’ die lidstaten vervolgens verplicht moeten doorvoeren in hun eigen belastingwet. Dan moet er wel consensus bestaan tussen de lidstaten over de koers die op dit vlak moet worden gevolgd…

Take-aways for GCs

  • Een goed gecoördineerde en tijdige informatieverstrekking kan het risico op geschillen en naheffingen aanzienlijk verkleinen.
  • Houd rekening met de vele aangekondigde wetswijzigingen bij het voorbereiden van materiële beslissingen; ook niet-belasting gerelateerde beslissingen (bijvoorbeeld financiering van projecten) kunnen worden beïnvloed.
  • De belastingeffecten voor digitale verkopen en diensten zijn een specifiek aandachtsgebied bij veel belastingautoriteiten en zullen wijzigen dus houd hier rekening mee bij de planning en uitrol.

Over de auteur:

Bart le Blanc is fiscalist bij internationaal advocatenkantoor Norton Rose Fulbright in Amsterdam waar hij leiding geeft aan het transfer pricing team. Bart heeft meer dan 17 jaar ervaring op het gebied van internationale vennootschapsbelasting en focust zich met name op de energie sector, met een bijzondere interesse in renewable energy. Vanwege deze gerichte focus verwierf Bart specifieke kennis met betrekking tot de verschillende belastingregimes in Latijns-Amerika (o.a. Brazilië, Columbia en Venezuela). Bart doceert regelmatig aan het International Bureau for Fiscal Documentation (IBFD) over verschillende internationale fiscale aspecten, waaronder over de belastingeffecten van leasetransacties. 

T:+31 20 462 9387 | E: bart.leblanc@nortonrosefulbright.com