Welke gevolgen kan Brexit hebben voor lopende of toekomstige contracten onder Engels recht of met Engelse wederpartijen? In deze bijdrage gaat Jurgen van der Meer in op enkele veelgestelde vragen.

Afweging rechtskeuze
Een van de meest voor de hand liggende vragen is of het na Brexit nog wel raadzaam is om onder Engels recht te (blijven) contracteren. Wordt de rechtskeuze nog wel erkend en zijn de gemaakte afspraken nog wel afdwingbaar?

Bij deze afweging is het belangrijk te realiseren dat de inhoud van het Engelse contractenrecht door Brexit (vooralsnog) niet verandert. Met de Great Repeal Bill wordt immers het bestaande EU-recht bijna integraal overgenomen. Bovendien zal de keuze voor Engels recht op grond van de Rome I Verordening in de overblijvende lidstaten worden erkend, zoals dat met de keuze voor bijvoorbeeld het recht van New York ook het geval is. Als er dus een gegronde reden is om voor bepaalde contracten Engels recht te kiezen, zou Brexit daar geen verandering in moeten brengen. Die reden kan liggen in de – veelgenoemde – ‘bedrijfsvriendelijke’ inslag van het Engels recht, marktgebruik (met name in financiële transacties), de wijdverspreide bekendheid met Engels recht in de internationale praktijk en de kwaliteit en snelheid van de Engelse geschillenbeslechting. Mocht om wat voor reden toch de voorkeur bestaan om van Engels recht af te stappen, dan zal voor het recht van een van de EU-lidstaten moeten worden gekozen.

Liberaal of minder marktgeoriënteerd
Nederlands recht dan maar? Daar zijn wij gelukkig allen vertrouwd mee en je buitenlandse wederpartij zou dat wellicht best willen accepteren. Echter, vanuit het eigen bedrijfsperspectief kan het ook zinvol zijn, voordat je van het Engels recht afstapt, je af te vragen hoe het Europese recht zich gaat ontwikkelen na Brexit. Als je je zorgen maakt dat de traditioneel wat minder marktgeoriënteerde lidstaten meer invloed krijgen op voor jouw bedrijf relevant wetgevingsbeleid, zou de keuze voor het recht van de als liberaal bekendstaande Engelse jurisdictie voor bepaalde contracten nog wel de moeite van het overwegen waard zijn.

Tenuitvoerlegging van vonnissen
Maar hoe zit het dan met de tenuitvoerlegging van Engelse vonnissen? Als Engels recht toch de voorkeur (blijft) genieten, zal het immers voor de hand liggen ook bij de forumkeuze voor een Engelse rechter te kiezen. De Brussel I Verordening (rechtsmacht, erkenning en tenuitvoerlegging) zal niet meer van toepassing zijn en dan rijst de vraag hoe in het vervolg een Engelse rechterlijke uitspraak in de EU ten uitvoer kan worden gelegd. Deze vraag is niet altijd (commercieel or praktisch) van belang, bijvoorbeeld als je wederpartij niet in de EU is gevestigd (of daar geen activa heeft). Mocht het wel van belang zijn om snel een vonnis in de EU tegen je wederpartij te kunnen executeren, dan zijn er een paar voor de hand liggende oplossingen: het Verenigd Koninkrijk kan partij worden bij het Verdrag van Lugano of het Haags Forumkeuzeverdrag. Ook kan een oud verdrag tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk uit de jaren zestig weer tot leven komen. Zo niet, dan blijft de vergelijking met contracten waarin een Amerikaanse rechter wordt gekozen nog over, een land waarmee we immers ook geen verdrag hebben en toch druk mee contracteren. Tot slot zal arbitrage tot de mogelijkheden kunnen behoren.

Nakoming van contracten
Wellicht belangrijker zal de vraag zijn of lopende contracten na Brexit nog zonder complicatie kunnen worden uitgevoerd. Allereerst kan het nuttig zijn in kaart te brengen of Brexit tot rechtsgevolg kan leiden en bijvoorbeeld recht geeft op beëindiging van de overeenkomst of een beroep op force majeure. Bovendien zouden geografische verwijzingen moeten worden herzien, bijvoorbeeld waar een non-compete afspraak ziet op de gehele EU. Daarnaast kan het zinvol zijn vast te stellen of bepaalde contractuele verplichtingen niet meer op tijd of tegen dezelfde kosten kunnen worden nagekomen, bijvoorbeeld wegens langere wachttijden bij de grens en importtarieven. Ook kan de nakoming van bepaalde verplichtingen illegaal worden omdat de vereiste certificering of vergunning wegvalt. Kun je in zo’n geval nakoming vorderen van je wederpartij of biedt het contract flexibiliteit. Wil je dat of juist niet? Andersom kun je je afvragen of je zelf nog wel kunt voldoen aan je leveringsverplichtingen. Hoe groot is de kans dat je zelf wordt aangesproken terwijl het economisch – bijvoorbeeld wegens hogere kosten – niet meer interessant of juridisch niet meer mogelijk is te leveren?

Kortom, een goede voorbereiding kan helpen bij mogelijke heronderhandeling van contracten of de migratie naar nieuwe contractspartijen als gevolg van Brexit.

Over de auteur

Jurgen van der Meer

020 – 711 9340 | Jurgen.vandermeer@cliffordchance.com

Jurgen van der Meer is partner in de Financial Market Group van Clifford Chance Amsterdam en adviseert bedrijven en financiële instellingen over de gevolgen van Brexit. Hij is gespecialiseerd in financieel toezichtrecht en kapitaalmarktrecht.