Het onderwerp doet wellicht verrassend aan, gezien haar wettelijke oorsprong in 1999. Vanwege relatief recente wetgeving, is het echter nuttig te (her)bezien of de elektronische handtekening een goed alternatief is voor de handgeschreven handtekening (en dat is zo).

Recente ontwikkelingen
Op 1 juli 2016 is de eIDAS verordening (Verordening 910/2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG) in werking getreden. De uitvoeringswet is op 30 januari 2017 in het Staatsblad gepubliceerd. De eIDAS verordening heeft rechtstreekse werking in Nederland, de Nederlandse wet is daarop aangepast.

Een van de gevolgen van de nieuwe regeling is dat artikel 3:15a BW min of meer is ingekort tot een verwijzing naar de eIDAS verordening. Voor de precieze regeling dient dus naar deze verordening en lagere regelgeving te worden gekeken. In de kern komt de (nieuwe) regeling inzake elektronische handtekeningen op het volgende neer.

Elektronische handtekeningen
De eIDAS verordening noemt drie elektronische handtekeningen:
(a) De elektronische handtekening is de verzamelterm, en bestaat in verschillende vormen en gradaties. Een voorbeeld is de ingescande reguliere handtekening, maar ook de geavanceerde elektronische handtekening en de gekwalificeerde elektronische handtekening vallen hieronder;
(b) De geavanceerde elektronische handtekening betreft een elektronische handtekening die voldoet aan 4 in de eIDAS verordening genoemde vereisten (o.a. dat zij op unieke wijze met de ondertekenaar is verbonden); en
(c) De gekwalificeerde elektronische handtekening is een geavanceerde elektronische handtekening die is aangemaakt met een gekwalificeerd middel en die is gebaseerd op een gekwalificeerd certificaat.

Rechtsgevolgen
Artikel 3:15a BW bepaalt dat voornoemde elektronische handtekeningen dezelfde rechtsgevolgen hebben als een handgeschreven handtekening, indien voor de elektronische handtekening gebruikte methode voor ondertekening “voldoende betrouwbaar is, gelet op het doel waarvoor de elektronische handtekening is gebruikt en op alle overige omstandigheden van het geval”. Het voorgaande brengt mee dat de ingescande reguliere handtekening vaak volstaat.

Schriftelijkheid
Met het voorgaande is nog niet gezegd dat ook middels een elektronische handtekening kan worden voldaan aan een wettelijk schriftelijkheidsvereiste. Daarvoor moet nog steeds worden gekeken naar de criteria van art. 6:227a BW. De eIDAS verordening voegt daar wel aan toe dat de gekwalificeerde elektronische handtekening altijd gelijk wordt gesteld met een schriftelijke handtekening. Hoewel artikel 3:15a BW dat niet uitdrukkelijk bepaalt, blijkt dat ook uit de memorie van toelichting.

Het wettelijke schriftelijkheidsvereiste geldt echter slechts in bepaalde gevallen (bijvoorbeeld bij leveringsakten ex art. 3:94 BW), dus hoeft veelal niet aan de voorwaarden van art. 6:227a BW te worden voldaan.

Bewijs
Ten slotte nog een opmerking over bewijs. De ondertekening van iedere onderhandse akte kan worden betwist, daarvoor bevat art. 159 Rv een bewijsregeling. Bij de totstandkoming van art. 159 Rv heeft de wetgever geoordeeld dat er geen afzonderlijke regeling nodig was voor de facsimilehandtekening. Het gedrukte of gestempelde facsimile van een handtekening als zodanig was geldig, ook indien het was gesteld door iemand anders dan de betrokkene, mits die ander ertoe bevoegd was. Daarna heeft de Hoge Raad bepaalde faxkopieën ook als geldig ondertekende stukken geoordeeld.

Voor andere vormen van elektronische handtekeningen (in ieder geval de ingescande reguliere handtekening) zou naar mijn mening hetzelfde moeten gelden. Indien de gebruikte elektronische handtekening voldoende betrouwbaar is in de zin van artikel 3:15a BW, heeft deze rechtsgevolgen als een handgeschreven handtekening. Bij betwisting van zowel de ‘natte’ als elektronische handtekening geldt art. 159 Rv, en is het verschil tussen de twee nog maar beperkt.

Over de auteur:

Floris de Wit
Allen & Overy
020 674 1324
floris.dewit@allenovery.com
http://www.allenovery.com/people/en-gb/Pages/Floris-Dewit.aspx
Floris is gespecialiseerd in zaken waarin intellectuele eigendom, technologie en IT-kwesties een dominante rol spelen. Hij heeft geadviseerd over een breed scala aan grensoverschrijdende fusies en overnames, licentiestructuren, e-commerce kwesties en litigieuze aangelegenheden en is ervaren in het opstellen en uitonderhandelen van verschillende IP- en IT-gerelateerde overeenkomsten. Hij heeft ruime ervaring opgedaan met het structureren van IP-portfolio’s en het assisteren van klanten bij strategische IP- en IT-problemen. Verder heeft Floris geadviseerd over veel distributie-, agency- en franchiseovereenkomsten en aanverwante zaken.