De effecten van globalisatie hebben de afgelopen jaren ook de fiscale regelgeving bereikt. De strijd tegen belastingontwijking en belastingontduiking heeft tot internationaal gecoördineerde aanpak en strengere fiscale regelgeving geleid.

Veranderende fiscale wetgeving

Om de uitholling van de nationale belastinggrondslagen tegen te gaan, zijn er in het kader van BEPS-projecten (Base Erosion and Profit Shifting) van de OESO en de Europese Commissie, diverse fiscale maatregelen vastgesteld. Na implementatie in de nationale wetgevingen, resulteren deze maatregelen in hardere ‘substance-eisen’, meer uitgebreide rapportageverplichtingen en verhoogde transparantie voor internationaal opererende bedrijven. De meest belangrijke maatregelen omvatten het volgende:

  • Country-by-Country reporting (CbCr): Vanaf 2016 zijn multinationale ondernemingen met een omzet vanaf € 750 miljoen verplicht om jaarlijks te voldoen aan de CbCr. De CbCr is een gestandaardiseerd landenrapport die bij de belastingdienst van het land waar de moederentiteit van de multinationale groep is gevestigd, moet worden ingediend. Het landenrapport bevat de meest belangrijke gegevens omtrent de winst, omzet, betaalde belastingen en de activiteiten van de groep.
  • Verrekenprijsdocumentatie: Multinationale ondernemingen met een geconsolideerde omzet van tenminste € 50 miljoen moeten in hun lokale administratie een master file en een local file aan houden ter onderbouwing van de gehanteerde verrekenprijzen tussen groepsmaatschappijen. In de masterfile wordt het toegepaste verrekenprijsbeleid beschreven, terwijl in de local file de intra-groep transacties van de lokale entiteit worden gespecificeerd.
  • EU Anti-Tax Avoidance Directives (ATAD): De twee ATAD richtlijnen schrijven EU lidstaten voor om specifieke bepalingen te implementeren in de vennootschapsbelasting, grotendeels, met ingang van 1 januari 2019. Deze bepalingen betreffen:
    • ‘earningsstripping’ regeling om de fiscale aftrek van bovenmatige rente te beperken;
    • ‘controlled foreign company’ regel om het opsparen van winst in een land met een laag belastingtarief minder aantrekkelijk te maken;
    • ‘exitheffingen’ om het belastingvrij overbrengen van ongerealiseerde winsten naar een ander land te voorkomen;
    • algemene antimisbruikregel (GAAR) om oneigenlijk gebruik van fiscale regels te kunnen aanpakken bij gebrek aan specifieke antimisbruik-regels;
    • regels tegen ‘hybrid mismatches’ om fiscale kwalificatieverschillen tussen nationale regelingen tegen te gaan.
    • In het kader van de aanpak van belastingontwijking en ontduiking, heeft de Staatssecretaris van Financiën in zijn brief van 23 februari 2018 de nadere plannen ten aanzien van de implementatie van bovenstaande bepalingen in de Nederlandse wetgeving bekendgemaakt. Hierin gaf hij aan dat het kabinet kiest voor een invulling van de richtlijnbepalingen die op onderdelen verder gaat dan de minimumstandaard, hetgeen op de nodige kritiek van in Nederland gevestigde multinationals is gestuit.

Juridische en fiscale implicaties van sterk veranderende bedrijfsmodellen

Naast de fiscale regelgeving, veranderen ook de commerciële bedrijfsmodellen van internationaal opererende bedrijven als gevolg van technologische ontwikkelingen en digitalisatie. Bedrijven gebruiken data en data processen om hun bedrijfsvoering efficiënter in te richten en nieuwe bedrijfsmodellen te ontwikkelen. In het bijzonder, is dit het geval bij ‘Internet of Things’ (IoT) en ‘Industrial Internet of Things’ (IIoT). Met de opkomst van ‘smart-toestellen’ verandert de traditionele handel naar IoT en IIoT gedreven handelsoplossingen. Ook deze ontwikkelingen hebben juridische en fiscale implicaties. In het bijzonder, reist de vraag wat de juridische definitie is van data, wat is de bron en wie heeft de eigendom van data, wat is de waarde van data, en hoe moeten de regels voor data privacy worden bepaald. Deze aspecten werken op hun beurt weer door in de vaststelling van verrekenprijzen, winstallocatie en vereiste documentatie.

Verhoogde fiscale rechtsonzekerheid

De strengere fiscale regelgeving samen met de veranderingen in commerciële bedrijfsmodellen brengen ook een verhoogde fiscale rechtsonzekerheid met zich mee. Als gevolg zijn multinationale ondernemingen genoodzaakt om nog meer aandacht en middelen te besteden aan hun fiscale beheersingsprocessen en maatregelen, en daarbij ook op de gevolgen van complexe fiscale regels voor hun bedrijfsmodellen te anticiperen. De General Counsel doet er goed aan om zowel de trends van het bedrijfsleven als de veranderende fiscale regelgeving te blijven volgen en regelmatig te overleggen met de fiscale collega(‘s) om op tijd bij te kunnen sturen waar nodig.

Over de auteurs:

Wibren Veldhuizen

Wibren Veldhuizen (1978) is partner bij Baker McKenzie Amsterdam. Hij is gespecialiseerd in Nederlands en internationaal belastingrecht, waaronder binnenlandse en grensoverschrijdende ondernemingsrechtelijke aspecten. Zijn klanten bestaan voornamelijk uit Europese en Aziatische multinationals.

+3120 551 7561
Wibren.Veldhuizen@bakermckenzie.com

 

Vladimir Zivkovic

Vladimir Zivkovic is senior econoom binnen het Transfer Pricing-team van Baker McKenzie Amsterdam gespecialiseerd in het ontwerpen van operationele modellen, bedrijfsherstructureringen en het implementeren van transfer pricing systemen. Hij heeft meer dan tien jaar ervaring met transfer pricing. Vladimir begon zijn carrière in Canada en verhuisde in 2011 naar Nederland.

Vladimir.Zivkovic@bakermckenzie.com