Het UBO-register zou op grond van de vierde en vijfde anti-witwasrichtlijn op 10 januari 2020 in werking moeten treden, maar dat is niet gehaald. De Tweede Kamer heeft op 10 december ingestemd met de wetsvoorstellen waarmee het UBO-register verplicht wordt, maar ze moeten ook nog door de Eerste Kamer. Het kabinet streeft nu na om het UBO-register in het voorjaar van 2020 alsnog in te laten gaan.

Om welke informatie gaat het?
Op basis van voornoemd wetsvoorstel zijn ondernemingen verplicht om gegevens van de natuurlijke personen die de uiteindelijke eigenaren zijn van of zeggenschap hebben over de onderneming, (de Ultimate Beneficial Owner ‘UBO’) in het UBO-register in te schrijven. Te denken valt aan de naam, de geboortemaand, het geboortejaar, de nationaliteit, het land van verblijf en de aard en omvang van het economisch belang van de UBO. Het conceptwetsvoorstel voorzag in een sanctie voor het niet-registreren en het niet up-to-date houden van deze informatie. Deze sanctie is, ondanks de kritiek, toch gehandhaafd in het onderhavige wetsvoorstel.

Voor wie is deze informatie toegankelijk?
Ondanks een grote hoeveelheid kritiek op de openbaarheid van de gegevens in het register heeft de wetgever ervoor gekozen om bepaalde informatie toch voor iedereen toegankelijk te maken. Het gaat dan met name om de naam en de aard en omvang van het economisch belang van de UBO. De Autoriteit Persoonsgegevens heeft, in tegenstelling tot de European Data Protection Supervisor, geen bezwaar tegen het gedeeltelijk openbaar maken van deze UBO-informatie. Toezichthoudende instanties kunnen daarentegen alle gegevens inzien, waaronder afschriften van de documentatie waaruit de aard en omvang van het economisch belang blijkt, afschriften van identiteitsdocumenten en gegevens zoals het BSN en buitenlands fiscaal identificatienummer van de UBO.

Kritische noot
De Belastingdienst is belast met de handhaving van de verplichting tot inschrijving in het handelsregister. Zij heeft echter al te kennen gegeven dat de regels voor registratie niet te handhaven en fraudegevoelig zijn. Volgens de Belastingdienst is het bovendien moeilijk om de gegevens te controleren omdat het verkrijgen van informatie uit het buitenland ingewikkeld, dan wel onmogelijk zal blijken. UBO’s die zich moedwillig schuil houden achter niet-transparante constructies zullen bovendien eerder geneigd zijn om onjuiste en/of onvolledige gegevens aan te leveren.

 

Over de auteur:

Dirkje Mandigers

Advocaat Ondernemingsrecht

Boels Zanders Advocaten

mandigers@boelszanders.nl