De Nederlandse rechter kan straks in het Engels uitspraak doen in complexe, internationale handelsgeschillen. Partijen kunnen dan bij de Nederlandse rechter volledig in het Engels procederen, als zij dat willen. Dat is de strekking van een aanhangig wetsvoorstel voor de invoering van een Netherlands Commercial Court [1].

Het Engels is de meest gebruikte voertaal in de internationale handel en financiële dienstverlening. Commerciële contracten, ook tussen partijen in niet-Engelstalige jurisdicties, worden steeds vaker in het Engels opgesteld. Het ligt voor de hand dat een juridisch handelsgeschil tussen dergelijke partijen eveneens wordt beslecht in het Engels, met Engelstalige processtukken en voor een Engelstalig forum. Zogeheten ‘commercial courts’ voorzien in deze behoefte.

Buiten Nederland bestaan er van oudsher commercial courts die zich richten op de beslechting van veelal grote en complexe internationale handelsgeschillen. Op aandringen van het Nederlandse internationale bedrijfsleven heeft de Raad voor de Rechtspraak in 2015 het initiatief genomen om ook in Nederland een commercial court te introduceren. Een uitgewerkt wetsvoorstel is in juli 2017 ingediend. De reacties vanuit de Tweede Kamer zijn overwegend positief [2] . Als alles goed gaat, kan de eerste rechtszaak bij de Netherlands Commercial Court in het jaar 2019 van start gaan.

De voorgestelde regeling komt op het volgende neer.
1. Bij de rechtbank en het gerechtshof Amsterdam worden internationale handelskamers ingericht waar de voertaal Engels is: de Netherlands Commercial Court (NCC) respectievelijk de Netherlands Commercial Court of Appeal (NCCA). Alleen een eventuele cassatieprocedure bij de Hoge Raad gaat nog in het Nederlands.

2. De NCC is bedoeld voor de beslechting van internationale handelsgeschillen. Dit zijn civielrechtelijke zaken in ruime zin, zoals contractuele geschillen en vorderingen uit onrechtmatige daad. Het materiële recht dat op het geschil van toepassing is, kan Nederlands recht zijn of een buitenlands stelsel.

3. De procedures worden toegesneden op een efficiënte behandeling van de zaken. Daarbij blijft het Nederlandse Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering grotendeels van toepassing.

4. Procederen bij de NCC is duurder dan bij de gewone rechter (maar nog altijd veel goedkoper dan internationale arbitrage). Er worden relatief hoge griffierechten in rekening gebracht. De NCC respecteert voorts contractuele regelingen die strekken tot volledige vergoeding van juridische kosten aan de in het gelijk gestelde partij, in afwijking van art. 237 e.v. Rv.

5. De NCC is alleen bevoegd als partijen vooraf een forumkeuze hebben gemaakt voor Engelstalig procederen bij de NCC. Zo’n forumkeuze kan nu al worden opgenomen in nieuwe overeenkomsten, onder de voorwaarde dat de NCC daadwerkelijk wordt opgericht.

Een NCC procedure kan dus een aantrekkelijk alternatief zijn voor arbitrage of voor een procedure bij een buitenlandse commercial court. De kosten blijven binnen de perken, de procedure verloopt – in de bedoeling van de wetgever – vlot en efficiënt, en partijen besparen zich de kosten en misverstanden die voortvloeien uit het voortdurend heen-en-weer vertalen van processtukken. Dit geldt nog sterker als het geschil moet worden beoordeeld naar Nederlands recht. De rechters van de NCC zijn per definitie goed bekend met het Nederlandse materiële recht, in tegenstelling tot buitenlandse rechters of arbiters. Maar dat is niet alles: volgens de plannen van de Rechtspraak worden de NCC rechters mede geselecteerd op hun expertise op het gebied van buitenlands recht. Kortom, met de invoering van de NCC heeft Nederland straks een serieuze concurrent in huis voor de bestaande buitenlandse commercial courts en arbitrage-instituten.

 


[1] Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (etc.), Kamerstukken TK 34 761, nr 1.
[2] Nota naar aanleiding van het verslag, 29 november 2017, TK 34 761, nr. 6.

Over de auteur:
Jeroen RegouwJeroen Regouw is als senior associate werkzaam in de Litigation & Dispute Resolution-praktijk van Clifford Chance Amsterdam. Hij legt zich toe op ondernemingsrechtelijke geschillen, (inter)nationale handelsgeschillen, aansprakelijkheidskwesties, arbitrage en insolventieprocedures.