De gevolgen van het coronavirus dat de wereld in een wurggreep neemt zijn groot. De Nederlandse regering heeft diverse maatregelen genomen om de economische schade te beperken. De NOW (Noodfonds Overbrugging Werkgelegenheid) is één van die maatregelen. Uiterlijk 31 mei kunnen ondernemingen een verzoek indienen bij het UWV om een voorschot te verkrijgen ter dekking van de loonkosten. De keuze om een beroep te doen op de regeling moet dus snel worden genomen.

Keuze eenvoudig?

Als het de liquiditeit van de onderneming helpt, lijkt de keuze om een beroep te doen op de NOW eenvoudig. Waarom zou een onderneming geen beroep op de regeling doen als aan de voorwaarden wordt voldaan? Van het bestuur mag immers verwacht worden dat zij in de uitoefening van haar taak in het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming gebruik maakt van de mogelijkheden die de Nederlandse regering in het leven heeft geroepen om de economische gevolgen als gevolg van de coronacrisis te beperken. Toch?

De NOW is zo vorm gegeven dat op korte termijn een robuuste regeling kan worden uitgevoerd. Indien aan de voorwaarden wordt voldaan, kan het voorschot worden aangevraagd. Er is gekozen voor een omzetcriterium omdat een lagere omzet betekent dat er minder geld beschikbaar is om salarissen te betalen en een omzetdaling meetbaar en controleerbaar is. Niet van belang zijn het eigen vermogen van de onderneming, de beschikbare liquide middelen en of er in de afgelopen jaren winsten zijn gerealiseerd en/of dividenden zijn uitgekeerd.

De overheid heeft wel een moreel beroep gedaan op ondernemingen om op verantwoorde wijze met de regeling om te gaan. Dit betekent dat als het voor het overleven van de onderneming of het in dienst houden van werknemers niet nodig is om een beroep te doen op de NOW, overwogen zou moeten worden om er geen beroep op te doen ook al wordt strikt genomen aan de (beperkte) criteria voldaan. Dit past ook binnen de verantwoordelijkheid van het bestuur om de cultuur binnen een onderneming te bewaken.

Past een beroep op de NOW binnen de normen en waarden van de onderneming als het niet nodig is om te overleven of werkgelegenheid te behouden? Een beslissing die het bestuur weliswaar moet nemen, maar waarin aandeelhouders ook een rol kunnen spelen. Zij kunnen ook verantwoordelijkheid nemen en een (tijdelijk) lager rendement in deze moeilijke tijd accepteren.

NOW en de WOB

Op 22 april 2020 zijn er nieuwe aanpassingen doorgevoerd in de NOW (zie https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/05/01/tweede-wijziging-now). Onder meer dient door de aanvrager toestemming gegeven te worden aan het UWV voor het verstrekken van informatie op grond van een WOB verzoek. De overheid voorkomt hiermee dat na ontvangst van een WOB verzoek eerst een zienswijze bij de aanvrager gevraagd moet worden. De minister heeft toegezegd dat er geen bedrijfsgevoelige informatie wordt verstrekt, maar niet uitgesloten is dat de namen verkregen kunnen worden van ondernemingen die een beroep op de NOW hebben gedaan.

Reputatieschade of reputatieversterking?

Ook op andere wijze kan bekend worden dat een onderneming een beroep heeft gedaan op de NOW. De OR moet immers worden geïnformeerd (en als deze er niet is, de werknemers). Een beroep op de NOW is niet zonder risico. Het gaat dan niet alleen over de gevolgen als ten onrechte een beroep op de regeling is gedaan, maar ook op reputatieschade die kan ontstaan door het beroep als zodanig. Recente voorbeelden zoals de berichtgeving over Booking.com maken duidelijk dat die reputatieschade aanzienlijk kan zijn. Alleen het verwijt jarenlang forse winst te hebben geboekt ten gunste van de aandeelhouders, maar nu de hand op te houden bij de Nederlandse regering, is voldoende (ongeacht of dat verwijt juist is of niet).

Het bestuur dient kortom af te wegen of een beroep op de regeling verantwoord is. Het bestuur zal zich de vraag moeten stellen of zij gebruik wenst te maken van de NOW regeling terwijl het bedrijf kan overleven zonder NOW omdat er voldoende spek op de corporate ribben zit en het niet gebruik maken (slechts) leidt tot een lagere winst voor de aandeelhouders. Het risico op reputatieschade is onderdeel van die afweging.

Bij twijfel kan veiligheidshalve een beroep op de NOW worden gedaan, maar kan in de besluitvorming worden meegenomen dat de subsidie terugbetaald zal worden als de schade als gevolg van Corona achteraf blijkt mee te vallen. Ook dat is maatschappelijk verantwoord ondernemen. In plaats van reputatieschade zou dat zelfs tot een versterking van de MVO reputatie van de onderneming kunnen leiden.

 

Over de auteur:

Jeroen Tulfer

Advocaat Ondernemingsrecht

tulfer@boelszanders.nl