Foto windHet streven naar duurzaam ondernemen of een duurzame samenleving kent geen tegenstanders.

Wellicht komt dat door het feit dat “duurzaam” door een ieder op een eigen manier wordt uitgelegd.

De ene organisatie legt duurzaam uit als het streven naar een “biobased economy” terwijl de andere het “MVO” noemt. Wellicht is het hierom dat juristen vanuit hun professie denken dat zij nog niet veel met “duurzaamheid” van doen hebben.

Recente wet- en regelgeving op het gebied van duurzaamheidsdoelen gaat daar voor de General Counsel verandering in brengen.

Duurzaamheid op het gebied van energie; EU-doelen

Door de EU wordt het streven naar een duurzame samenleving onder andere vorm gegeven door de Europa 2020 doelen op het gebied van klimaat en energie, te weten 20% minder uitstoot van broeikasgassen dan in 1990, 20% van de energie uit duurzame energiebronnen halen en 20 % meer energie-efficiëntie. In deze bijdrage ligt de nadruk op hernieuwbare energie [voetnoot 1] en op energie efficiëntie [voetnoot 2] en daar doel ik op als ik in deze het over “duurzaamheid” heb. Concreet heeft de EU aan duurzaamheid handen en voeten gegeven door een 2-tal richtlijnen, te weten de Richtlijn Hernieuwbare Energie [voetnoot 3] en de Richtlijn Energie Efficiëntie [voetnoot 4].

EU-doelen “ver van m’n bed show”?

Het concrete belang van een Europese richtlijn voor een praklijkjurist wordt veelal pas relevant als de nationale implementatieregelgeving daar is, of wellicht zelfs nog later, pas als de problemen in de praktijk zich voordoen. Desalniettemin zijn de EU duurzaamheidsrichtlijnen en de (aankomende) Nederlandse implementatie relevant genoeg waardoor het goed is voor de General Counsel om daarvan nu al kennis te nemen

Nederlandse implementatie EU-duurzaamheidsdoelen

Naast een behoorlijk pakket inhoudelijke- en uitvoeringsmaatregelen voor de EU-lidstaten, hebben deze zich middels de duurzaamheidsrichtlijnen ook gecommitteerd aan duurzaamheidstargets. Nederland heeft aan Brussel mede gedeeld dat zij in 2020 14 % van de energie uit hernieuwbare energiebronnen wil halen (in het regeerakkoord Rutte II verhoogt tot 16% maar later weer afgezwakt) en dat zij vanaf 2014 jaarlijks 1,5% op haar eindverbruik aan energie wil besparen. Om verschoond te blijven van inbreukprocedures en boetes, moet Nederland vol aan de bak wil zij de ambities meer dan alleen lippendienst bewijzen. Zeker als je bedenkt dat in 2012 in Nederland slechts 4% van de energie afkomstig was uit hernieuwbare energiebronnen en dat wij als land al “in default” zijn wat betreft de invoering van de voorgangers van de Richtlijn Energie Efficiëntie.

Het SER Energieakkoord

Even los van de vraag wat je mag vinden van de daadkracht van de Nederlandse overheid, polderen kan zij als geen ander! Dit middel is dan ook gebruikt om een aanzet te geven om de duurzaamheidsrichtlijnen om te zetten. Op 9 september jongstleden ondertekenden maar liefst 40 partijen – waaronder de brancheverenigingen van de provincies en gemeenten – het SER Energieakkoord. Het SER-Energieakkoord is een meer dan 60 pagina’s tellend document dat zal moeten leiden tot een betaalbare en schone energievoorziening, werkgelegenheid en kansen voor Nederland in de schone technologiemarkten. Dit akkoord is op de keeper beschouwd het spoorboekje hoe Nederland (volgens de polder) de duurzaamheidsrichtlijnen om moet zetten om zodoende aan de 2020 doelen te voldoen. Overigens zijn het Energieonderzoek Centrum Nederland en het Planbureau voor de Leefomgeving, twee rekenmeesters van de overheid, van mening dat het akkoord te kort schiet voor het bereiken van de ambities, maar dat terzijde. Weliswaar is het kabinet niet formeel gebonden aan de SER adviezen, maar zij zal wel met goede argumenten moeten komen indien zij de SER niet volgt. De verwachting is dan ook dat veel van het energieakkoord zal worden omgezet in wet- en regelgeving en de eerste regelgeving als gevolg van het akkoord wordt nu in de Tweede Kamer besproken of is ter consultatie aan de markt voorgelegd. Zo is daar het Belastingplan 2014 dat “collectieve zelfopwekking” wil stimuleren door burger coöperaties, die bijvoorbeeld zonnepanelen op daken van bedrijven willen leggen, een fiscaal voordeel te geven. Tevens is medio september het voorgenomen “Besluit experimenten decentrale duurzame elektriciteit opwekking” ter consulatie gepubliceerd. Dit besluit moet faciliteren dat burgers en bedrijven projecten met betrekking tot lokale opwekking kunnen starten zonder daarbij gehinderd te worden door de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet. Denk bijvoorbeeld aan een project waarbij een windturbine geplaatst wordt op het industrieterrein waar uw bedrijf zich bevindt, welke turbine het eigendom is van alle bedrijven op het terrein en omwonende consumenten, waarmee vervolgens via een eigen of bestaand elektriciteitsnetwerk aan alle deelnemende bedrijven en consumenten stroom wordt geleverd. Door genoemd besluit kan dit duurzame project mogelijk vallen onder een “light” reguleringsregime waardoor je minder rekening hoeft te houden met knellende regels die specifiek dienen om de consument te beschermen. In ieder geval zal de komende tijd vanuit Den Haag veel wet- en regelgeving cascaderen om uiteindelijk op het bureau van de bedrijfsjurist belanden. Als juridische afdeling is het zinvol om nu al kennis te nemen van deze ontwikkelingen en wel hierom.

Relevantie van duurzaamheid is dichterbij dan de General Counsel wellicht denkt

Allereerst is hernieuwbare energie iets dat burgers – lees: de consumenten – omarmen en daar moet je als bedrijf iets mee. Er zijn voorbeelden van bedrijven die specifiek in hun marketing aandacht besteden aan producten die met 100% hernieuwbare energie tot stand zijn gekomen [voetnoot 5] of die met een windturbine of zonnepark op een productielocatie goodwill willen creëren door omwonenden daarin mee te laten participeren. Wellicht wil een bedrijf met een PV-privé plan [voetnoot 6] iets voor haar werknemers betekenen als het om duurzaamheid gaat? Het kan daarnaast vanuit een bedrijfseconomisch perspectief renderend zijn om als bedrijf iets met “renewables” te doen. Als je bijvoorbeeld het bij de productie vrijkomend afval kan gebruiken om eigen energie op te wekken, waarom zou je dat niet doen? Dit gaat helemaal op als energie voor een bedrijf een strategische commodity is of indien de rekening substantieel is ten opzichte van andere bedrijfsuitgaven. In dat geval is het zaak dat een bedrijf zich beraadt op de manier waarop in de toekomst – die mede bepaald wordt door het energieakkoord – met energie wordt omgegaan. Ook als energie geen strategische commodity is, kan de hoogte van de individuele stroom- of gasrekening van een bedrijf al een reden zijn fors in te zetten om zelf aan de “zonnepanelen” te gaan of om te isoleren. Let op; als een bedrijf niet zelf het initiatief neemt, kan de overheid tot actie manen. Gemeenten kunnen namelijk op basis van de handhaving van de Wet Milieubeheer die investeringen in energiebesparing afdwingen die een bedrijf binnen 5 jaar kan terug verdienen. Het SER Energieakkoord maakt duidelijk dat het toezicht en naleving door gemeenten strenger zal worden!

Aandachtspunten voor de General Counsel

De GC zou inzake hernieuwbare energie en energie efficiëntie dus onder meer bedacht moeten zijn op:

foto hs mast

  • de mogelijkheden van de organisatie om zelf voor een deel middels eigen opwek-installaties (bijv. zonnepanelen of kleine windturbines op eigen dak) te voorzien in energie;
  • de reeds bestaande wettelijke verplichting om te investeren in energiebesparingen die zich in 5 jaar terugverdienen;
  • de mogelijke deelname van zijn of haar organisatie in decentrale energie opwekkings initiatieven;
  • de mogelijke vragen van burgercollectieven om terreinen en/of daken van de organisatie ter beschikking te stellen voor collectieve energieopwekking;
  • de juridische gevolgen indien de energievoorziening van een organisatie op een andere manier wordt vormgegeven dan de traditionele manier (afnemer en leverancier); en
  • de rechtmatigheid van eigen of andermans marketingclaims aangaande duurzaamheid (“de meest duurzame oplossing”, “100% geproduceerd met hernieuwbare energie”).

 

Kortom, duurzaamheid ligt wellicht al dichterbij het juridische domein dan dat een General Counsel in eerste instantie zou denken. Ik hoop dat de lezer dan ook de “Cruyffiaanse” titel van deze bijdrage kan plaatsen in dit verband! Jan Albert Timmerman

Over de auteur:


Jan Albert TimmermanJan Albert Timmerman (1969) is oprichter van RenewabLAW; een juridische dienstverlener die zich specifiek richt op organisaties die aan de slag zijn, willen of moeten met hernieuwbare energie en energie-efficiëntie. RenewabLAW biedt -waar nodig met tussenkomst van geassocieerde partners- ondersteuning bij alle juridische aspecten (civiel, fiscaal, notarieel) die spelen bij de transitie van een organisatie naar een meer duurzame omgang met energie. Voordat Jan Albert in 2013 met RenewabLAW startte, was hij actief als [interim] jurist in de energie sector (NUON, Alliander, DELTA, TenneT) en hightech sector (Philips).

 

 

Notes:

  1.  Onder hernieuwbare energie (“renewable energy”) verstaan we energie waarover de mensheid voor onbeperkte tijd kan beschikken en waarbij, door het gebruik ervan, het leefmilieu en de mogelijkheden voor toekomstige generaties niet worden benadeeld. Te denken valt aan windenergie, getijde-energie, biogas, of zonne-energie. Dit in tegenstelling tot energie uit fossiele bronnen (olie, aardgas) waarvan de bronnen uitputbaar zijn en die de leefomgeving benadelen.
  2. Energie efficiëntie is simpel gezegd het besparen van energie (door bijvoorbeeld de verwarming thuis lager te zetten of te isoleren). Maar deze “efficiëntie” bestaat ook uit het slim combineren van behoefte aan warmte en stroom (de zogenaamde warmte kracht koppeling). Een ander zeer huiselijk voorbeeld van efficiëntie: een waterketel op een gasfornuis neemt hooguit een derde tot de helft van de verbrandings-warmte op. Het andere, overgrote, deel vliegt meestal direct het schoorsteenkanaal in, ongebruikt. Als je die verloren warmte van het schoorsteen-kanaal benut om bijvoorbeeld een boiler voor te verwarmen, ben je “energie efficiënt” bezig!
  3. RICHTLIJN 2009/28/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG
  4. RICHTLIJN 2012/27/EU VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG
  5. Heineken brouwt Wiekse Witte met gebruik van 100% zonne-energie. Zie http://www.wieckse.nl/zonne-energie
  6. PV staat voor “photovoltaic” hetgeen de methode is om met zonnepanelen stroom op te wekken.