Milieuclaims zijn populair, maar lang niet alles wat beweerd wordt valt ook te verantwoorden. Om een gelijker speelveld tussen concurrenten te realiseren en consumenten te beschermen, heeft de Europese Unie nieuwe regels geïntroduceerd voor het bedrijfsleven over het hanteren van milieuclaims, waarmee ‘greenwashing’ verder aan banden wordt gelegd. In deze beknopte bijdrage bespreken wij drie van de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het huidige juridische kader en de implicaties van deze wijzigingen voor uw organisatie.
Richtlijn (EU) 2024/825
De nieuwe regels zijn gebaseerd op de Europese Richtlijn 2024/825 ‘betere duurzaamheidsinformatie voor consumenten’ van 28 februari 2024 en zullen naar verwachting, conform de toepassingsdatum in de Richtlijn, per 27 september 2026 in Nederland van toepassing zijn. Op dit moment ligt het betreffende wetsvoorstel ter goedkeuring voor in de Tweede Kamer.
- Generieke milieuclaims
Een van de meest in het oog springende onderdelen van de nieuwe regels is het verbod op bepaalde ‘generieke’ milieuclaims. Bij een generieke milieuclaim kan men denken aan een vage, algemene claim, zoals: “milieuvriendelijk, milieubewust, groen, natuurvriendelijk of ecologisch.”
Onder de nieuwe regels zijn zulke claims alleen toegestaan als ze gebaseerd zijn op ‘erkende voortreffelijke milieuprestaties’ die relevant zijn voor die claim. Een handelaar kan aantonen dat een product beschikt over erkende voortreffelijke milieuprestaties via een zogenoemd ‘milieukeur’ of een andere erkende toetsingsoptie zoals genoemd in toekomstig artikel 6:193a(u) Burgerlijk Wetboek. Wordt de toelichting van de milieuclaim wél naast de claim, of als onderdeel daarvan, duidelijk en opvallend op hetzelfde medium verstrekt, dan geldt de claim niet als generiek.
Verwacht wordt dat rechtspraak de komende jaren nadere invulling zal geven aan de precieze grenzen van dit verbod. Bedrijven zullen in de praktijk in ieder geval bedachtzamer moeten omgaan met het al dan niet hanteren van generieke milieuclaims.
- Duurzaamheidskeurmerken
Een tweede belangrijke wijziging betreft duurzaamheidskeurmerken. Volgens de nieuwe regels mogen duurzaamheidskeurmerken alleen worden gebruikt als ze zijn ingesteld door een overheidsinstantie of, zoals geldt bij een privaat keurmerk, gebaseerd zijn op een zogenaamde ‘certificeringsregeling’. Als onderdeel van zo’n regeling moet(en): (i) de voorwaarden om voor het keurmerk in aanmerking te komen in overleg met deskundigen en belanghebbenden worden vastgesteld; (ii) er duidelijke procedures bestaan om niet-naleving aan te pakken, inclusief intrekking of schorsing; (iii) het toezicht op naleving van de voorwaarden worden uitgevoerd door een onafhankelijke derde partij; en (iv) het keurmerk op grond van transparante en eerlijke voorwaarden openstaan voor alle handelaren die aan de regels kunnen voldoen.
Keurmerken die na 27 september 2026 niet aan de gestelde eisen voldoen mogen niet meer worden gevoerd. Organisaties zullen dus tijdig moeten beoordelen of hun keurmerken toekomstbestendig zijn.
- Toekomstige milieuprestaties
Ten derde worden claims over toekomstige milieuprestaties, zoals: “tegen 2035 zijn wij klimaatneutraal” aan strenge voorwaarden onderworpen. Dergelijke claims moeten gebaseerd worden op duidelijke, objectieve, openbaar beschikbare en verifieerbare toezeggingen. Bovendien moeten deze toezeggingen worden opgenomen in een gedetailleerd en realistisch implementatieplan met meetbare en tijdgebonden doelstellingen. Dit implementatieplan moet door een onafhankelijke derde worden gecontroleerd, en zijn bevindingen moeten publiekelijk beschikbaar zijn voor consumenten.
Voor ondernemingen betekent dit dat communicatie over ambities en doelstellingen nog minder vrijblijvend wordt. Wie een claim over toekomstige milieuprestaties maakt, moet duidelijk laten zien hoe die worden bereikt.
Tot slot
Naast deze drie voorbeelden bevatten de nieuwe regels nog meer wijzigingen. Zo worden strengere eisen gesteld aan claims over CO₂-compensatie, moeten duurzaamheidsclaims relevant zijn voor het gehele product of de bedrijfsvoering en moet er meer informatie over circulaire aspecten van producten beschikbaar worden gesteld aan consumenten. Niet onbelangrijk om te vermelden is dat ook de ‘zwarte lijst’ van artikel 6:193g Burgerlijk Wetboek wordt uitgebreid met twaalf handelspraktijken die in alle gevallen verboden zijn. Omdat het betreffende wetsvoorstel op dit moment in de Tweede Kamer voorligt voor goedkeuring, zijn enkele (beperkte) wijzigingen nog mogelijk.
Conclusie
Wie zich niet aan de nieuwe regels houdt kan worden geconfronteerd met boetes van de ACM en schadeclaims van consumenten en concurrenten. Milieuclaims moeten nog beter worden onderbouwd, controleerbaar en transparant zijn. Wat nu nog gangbaar is, kan vanaf september 2026 misschien niet meer worden gebruikt. Het tijdig inventariseren van bestaande claims, labels en de verwoording van toekomstambities is daarom geen luxe, maar een noodzakelijke voorbereiding.
[1] Alexander Odle (IPDT) en Marc Kuijper (EU & Competition) zijn beiden advocaat en Partner bij Dentons Europe LLP. Dit artikel is tot stand gekomen met medewerking van Hugo Brautigam (IPDT) en Daan van Dooren (EU & Competition), beiden advocaat bij Dentons Europe LLP.