Een jaar na de inwerkingtreding van de European Accessibility Act wordt duidelijker wat de wet in de praktijk vraagt van organisaties. Toegankelijkheidseisen en eventuele uitzonderingen moeten al in de ontwerp-, ontwikkel- en implementatiefase van (digitale) diensten en producten worden beoordeeld, aangezien het achteraf aanpassen van producten of diensten vaak complex, kostbaar of soms zelfs onuitvoerbaar kan zijn. Toezichthouders kijken scherp mee en niet-naleving kan leiden tot boetes, dwangsommen en reputatieschade.
Een klant die door een beperking geen bestelling kan plaatsen in een webshop, geen gebruik kan maken van een app of vastloopt in een digitale betaalomgeving. Dat zijn precies het soort situaties die de European Accessibility Act (EAA) wil voorkomen. De EAA verplicht organisaties om bepaalde digitale producten en diensten toegankelijk te maken voor mensen met een beperking.
De EAA geldt onder meer voor webshops, mobiele applicaties, consumentenbankdiensten, e-books, betaalterminals en bepaalde elementen van het personenvervoer. Nieuwe producten en diensten die onder de EAA vallen, moeten sinds 28 juni 2025 aan de toegankelijkheidseisen voldoen. Voor bestaande dienstverleningscontracten die vóór die datum zijn gesloten, geldt onder voorwaarden een overgangsperiode tot uiterlijk 28 juni 2030. Voor bestaande betaalterminals, ticketautomaten en vergelijkbare selfserviceterminals gelden aparte overgangsregels.
De toegankelijkheidseisen sluiten aan bij bestaande technische standaarden zoals EN 301 549 en de Web Content Accessibility Guidelines (WCAG) 2.1 niveau AA. Naar verwachting wordt WCAG 2.2 niveau AA in de loop van 2026 de nieuwe standaard. In de praktijk vraagt dit dat toegankelijkheid niet pas aan het einde van een project wordt gecontroleerd, maar al wordt meegenomen bij het ontwerp, de ontwikkeling, het testen en het beheer van digitale producten, diensten en content.
Handhaving komt op gang
In Nederland houden verschillende toezichthouders toezicht op de naleving van de EAA, afhankelijk van het product of de dienst. Zo kijkt de ACM onder meer naar e-handelsdiensten en elektronische communicatiediensten, en de AFM naar financiële e-handelsdiensten en bankdiensten.
De eerste signalen uit de praktijk laten zien dat toezichthouders dit onderwerp serieus nemen. Uit een controle van de ACM bleek dat 61 procent van de grootste Nederlandse webwinkels in maart 2026 niet voldeed aan de toegankelijkheidsvereisten. Volgens de ACM waren deze websites zo ingericht dat mensen met een beperking geen online bestelling konden plaatsen. In Nederland zijn voor zover bekend nog geen boetes opgelegd onder de EAA, maar de ACM en AFM hebben wel aangekondigd scherper toe te zien op naleving.
Ook in andere EU-landen is toegankelijkheid inmiddels onderwerp van handhaving en procedures. In Frankrijk kreeg supermarktketen Carrefour zes maanden de tijd om haar website en app volledig toegankelijk te maken, op straffe van een dwangsom van €500 per dag. Dat Carrefour stelde al aan 71% van de toepasselijke criteria te voldoen, was volgens de rechter niet genoeg: een e-handelsdienst moet volledig toegankelijk zijn. In Spanje kreeg luchtvaartmaatschappij Vueling eerder al een boete van €90.000 wegens een niet-toegankelijke website, op basis van nationale regelgeving.
Compliance-risico’s
Niet-naleving kan leiden tot (openbare) waarschuwingen, boetes of een last onder dwangsom. De ACM kan bijvoorbeeld boetes opleggen tot maximaal €900.000 per overtreding of 1% van de jaaromzet. In sommige gevallen kunnen toezichthouders ook verlangen dat digitale producten of diensten tijdelijk offline worden gehaald totdat zij voldoen aan de toegankelijkheidseisen.
Daarnaast moeten bedrijven zelf een melding doen bij de toezichthouder wanneer een dienst tijdelijk niet toegankelijk is. Ook consumenten kunnen een melding doen als zij geen gebruik kunnen maken van een product of dienst. Dat kan aanleiding zijn voor extra toezicht, klachtenprocedures of acties van consumentenorganisaties.
Voor de GC
Voor de general counsel is de EAA in de eerste plaats een compliance-vraagstuk dat tijdig binnen de juiste onderdelen van de organisatie dient te worden belegd, met name bij de ontwikkeling, implementatie en het beheer van e-handelsdiensten. De reikwijdte van de EAA beperkt zich niet tot websites en applicaties, maar strekt zich tevens uit tot de processen en besluitvorming rondom het ontwerpen, inkopen en aanbieden van digitale diensten. Dit raakt mogelijk ook contractuele afspraken met leveranciers en andere digitale initiatieven binnen de organisatie. Vroegtijdige aandacht voor toegankelijkheid draagt eraan bij dat nalevingsrisico’s beheersbaar blijven en toegankelijkheid wordt geïntegreerd in de reguliere bedrijfsvoering, in plaats van achteraf te moeten worden gecorrigeerd. Een periodieke herbeoordeling van eventuele uitzonderingen is bovendien aan te bevelen om te waarborgen dat eerdere beoordelingen actueel en juridisch houdbaar blijven (gelet op nieuwe technologische en juridische ontwikkelingen).