De nieuwe Energiewet maakt actieve deelname aan de energietransitie eenvoudiger. Bedrijven kunnen opgewekte energie delen, opslaan of flexibel inzetten. Dat biedt kansen, maar vraagt ook om scherpe juridische en strategische keuzes van de General Counsel.
Van energieverbruiker naar actieve deelnemer
De energietransitie vraagt steeds meer van bedrijven. Niet alleen in termen van verduurzaming, maar ook juridisch en organisatorisch. Met de inwerkingtreding van de Energiewet per 1 januari 2026 verschuift het speelveld: bedrijven die zelf elektriciteit opwekken, krijgen nieuwe mogelijkheden om actief deel te nemen aan het energiesysteem. Dat gaat verder dan simpelweg terugleveren aan het net.
Voor veel organisaties speelt daarbij ook de toenemende netcongestie een rol. Slim energiebeheer en flexibiliteit worden daardoor niet alleen duurzaamheidsvraagstukken, maar ook operationeel en strategisch relevant. Energie raakt daarmee steeds vaker aan governance, compliance en risicobeheersing.
De actieve afnemer: meer ruimte, duidelijke grenzen
Een belangrijk nieuw begrip in de Energiewet is de actieve afnemer. Dit is een eindafnemer die zelf opgewekte of gedeelde elektriciteit kan verbruiken, opslaan, verkopen of flexibiliteit kan aanbieden aan de systeembeheerder. Voorwaarde is dat deze activiteiten niet de hoofdactiviteit van de onderneming vormen.
Voor veel bedrijven met zonnepanelen, WKK-installaties of batterijen biedt dit kansen. Zij kunnen hun energieoverschot benutten of bijdragen aan het verminderen van netcongestie, zonder direct als energieleverancier te worden aangemerkt. Dat is relevant, omdat het leveranciersregime gepaard gaat met zware vergunningseisen en consumentenbescherming.
De juridische afbakening is hierbij cruciaal. Wanneer blijft een onderneming binnen de rol van actieve afnemer, en wanneer begeeft zij zich richting gereguleerde energielevering? Dit vraagt om duidelijke interne kaders, governance en contractuele afspraken.
Aggregatie: samenwerken zonder leverancier te worden
De Energiewet introduceert daarnaast de rol van aggregator. Aggregatie maakt het mogelijk om de flexibiliteit of opgewekte elektriciteit van meerdere actieve afnemers te bundelen en gezamenlijk op de markt aan te bieden. Denk aan het aanbieden van flexibiliteit aan de systeembeheerder op piekmomenten.
Voor bedrijven is dit interessant omdat zij zo kunnen deelnemen aan energiemarkten zonder zelf balanceringsverantwoordelijke te zijn. Tegelijkertijd ontstaan nieuwe contractuele relaties: met de aggregator, met andere deelnemers en met de systeembeheerder.
Hier ligt een duidelijke rol voor de general counsel, juist omdat deze nieuwe energievormen raken aan governance, contractering en gereguleerde marktactiviteiten. Wie draagt welk risico? Hoe worden opbrengsten verdeeld? En hoe voorkom je dat de onderneming onbedoeld in een gereguleerd regime terechtkomt?
Strategische vragen voor de general counsel
De Energiewet nodigt uit tot actieve deelname, maar vraagt ook om bewuste keuzes. Voor general counsels zijn daarbij onder meer de volgende vragen relevant:
- Past actieve energiedeelname binnen de kernactiviteiten en risicobereidheid van de organisatie?
- Welke governance-structuur is nodig bij samenwerking met andere partijen?
- Hoe borgen we compliance met energieregels zonder innovatie te remmen?
- Welke contractuele en aansprakelijkheidsrisico’s ontstaan bij flexibiliteitsdiensten?
Bedrijven die deze vragen tijdig adresseren, kunnen energie niet alleen verduurzamen, maar ook strategisch inzetten.
Conclusie De Energiewet verandert energie van een operationeel onderwerp in een strategisch dossier. Voor general counsels ligt hier een kans om vroegtijdig richting te geven aan nieuwe activiteiten, risico’s te beheersen en tegelijkertijd bij te dragen aan de energietransitie. Actief deelnemen vraagt om juridische scherpte, maar biedt ook ruimte om waarde te creëren.