Zoals de tokens thuis tikken

Advocatenkantoren zouden in paniek zijn over stijgende AI-facturen. Leveranciers stappen af van vaste prijzen en gaan per gebruik factureren. De meter tikt weer. Doorbelasten aan de client is een zwaktebod. Wat wel werkt: leg je werkwijze vast, los van het model.

Generatiegenoten herinneren zich het misschien nog: de telefoontikker naast de vaste lijn in de gang. Zodra iemand opnam, ging de meter lopen en dat hoorde je. Belde ik mijn moeder in de provincie, dan klonk het rustig: tik. tik. tik. Belde ik mijn vriendinnetje op reis in Zuid-Amerika, dan sloeg het apparaat op hol.

De meter tikt weer

Precies dat ongemakkelijke gevoel van een wegtikkende meter heb ik sinds een tijdje bij mijn AI-gebruik. Het FD kopte vorige week dat advocatenkantoren in paniek zouden zijn door fors stijgende AI-prijzen. Leveranciers stappen af van vaste abonnementen en gaan per gebruik factureren.

Van echte paniek zal het niet zijn. Het bestuur van een goedlopend kantoor ligt niet wakker van wat extra licentiekosten. Irritant is het wel, zeker als je het niet zag aankomen. Het is bovendien ironisch. Cliënten hebben een hekel aan uurtje-factuurtje omdat het inefficiëntie beloont. Nu voeren juristen vol enthousiasme AI in die precies het omgekeerde doet: slecht prompten betekent dat je zelf meer betaalt. Het is de zichtbare meter die het gedrag verandert, niet die paar euro die het meer kost.

AI is geen software, maar een nutsvoorziening

De verrassing komt voort uit een hardnekkige misvatting: dat AI een IT-systeem is. Gewone software kost miljoenen om te bouwen, maar de duizendste gebruiker die op opslaan klikt kost vrijwel niets. Vaste prijzen zijn daar logisch. AI werkt anders. Zie het als water uit de kraan. Iedere prompt vereist stroom en rekenkracht op peperdure servers. De lage maandbedragen van de afgelopen jaren waren geen echte kostprijs, het was een tijdelijke subsidie van durfkapitalisten om marktaandeel te kopen. Die pot is kennelijk leeg.

Het strategische zwaktebod

De reflex bij kantoren is tweeledig: in een bezuinigingskramp schieten, of de variabele kosten met een opslag doorbelasten aan de cliënt. Beide zijn een strategisch zwaktebod. Wie zijn rekenkracht met een opslag doorverkoopt, maakt zich tot tussenhandelaar in compute. Dat is geen verdedigbare marktpositie.

Wil je weten hoe het wel moet, dan kun je het ironisch genoeg afkijken van je eigen legal AI-leveranciers. Kijk naar Legora en Harvey. Zij kopen rauwe tokens in voor centen en verkopen ze voor een veelvoud, door er beveiliging en know how omheen te bouwen. Ze verkopen je geen tokens, ze verkopen je een uitkomst.

Leg je werkwijze vast, los van het model

Wat je wel kunt doen, als kantoor en als individuele jurist: leg je manier van werken vast los van het model. Je prompts, je playbooks en je dossieraanpak in een laag die je zelf bezit en die naar elk willekeurig model kan routeren. Vandaag het goedkope model voor het filteren, het dure voor de redenering. Morgen een open-weight model op een Europese server als de prijs of de privacy daarom vraagt. Zo houd je grip op je kosten, blijf je soeverein en blijft je voorsprong van jou. Die zit namelijk in je werkwijze, niet in andermans model.

Je toegevoegde waarde ligt in het ontwerpen van efficiente AI-processen, met jouw onvervangbare juridische ervaring eroverheen. Verkoop de client het enige wat hij echt wil: zekerheid tegen een voorspelbare prijs. De meter tikt sowieso. De enige vraag die overblijft is wie er aan de knoppen zit.

Dit artikel is geschreven in opdracht van advocatie.nl
Het volledige artikel is te vinden op: https://www.advocatie.nl/opinie-en-blogs/zoals-de-tokens-thuis-tikken/

Over de auteur(s)

Marijn Rooijmans - Lawyerlinq