Een groot aantal General Counsel heeft te maken met de Wet franchise die 1 januari jl in werking trad. Wat zijn de eerste ervaringen? De Wet franchise introduceert een nieuwe Titel (16) in Boek 7 BW (artt. 7:911-922 BW) en daarmee een nieuwe bijzondere overeenkomst: de franchiseovereenkomst. De nieuwe titel brengt een aantal veranderingen met zich mee, zoals informatieverplichtingen en een instemmingsrecht van de franchisenemer(s). Ook moet de franchiseovereenkomst op een aantal punten in overeenstemming met de Wet franchise zijn of worden gebracht. Onze ervaring is dat een hoop franchisegevers en franchisenemers op dit moment nog druk in overleg zijn over deze aanpassingen van de franchiseovereenkomst.

Een belangrijk oogmerk van de Wet franchise is de versterking van de informatiepositie van de franchisenemer, zowel voorafgaand als tijdens de franchiseovereenkomst. De Wet franchise bevat daartoe een opsomming van diverse onderwerpen waarover de franchisenemer in ieder geval tijdig en specifiek geïnformeerd moet worden (artt. 7:913-7:917 BW):

 

Aan de andere kant moet de beoogd franchisenemer de franchisegever tijdig informatie over zijn financiële positie verschaffen en, binnen de grenzen van redelijkheid en billijkheid, de nodige maatregelen nemen om te voorkomen dat hij onder invloed van onjuiste veronderstellingen een franchiseovereenkomst aangaat.

Wij merken in de praktijk dat veel franchisegevers hun organisatie inmiddels op deze informatieverplichtingen hebben ingericht, door bijvoorbeeld een systeem te ontwikkelen (vaak aan de hand van een soort checklist) om te waarborgen én te documenteren welke informatie op welk moment aan de franchisenemer is verschaft.

De Wet franchise introduceert de nieuwe norm dat franchisegever en franchisenemer zich tegenover elkaar moeten gedragen als “goed franchisegever” en “goed franchisenemer” (art. 7:912 BW). Goed franchisegever- en goed franchisenemerschap “zal in essentie blijken uit de afwezigheid van ongewenst gedrag”. Wat van beide partijen wordt geëist, hangt af van de specifieke omstandigheden van het geval. Deze open norm zal in de praktijk (nader) ingevuld moeten worden. Deze invulling laat zich op dit moment nog lastig voorspellen.

In de vanaf 1 januari 2021 gesloten en te sluiten franchiseovereenkomsten moet een goodwillregeling opgenomen zijn (art. 7:920 lid 1 BW). Ook stelt de Wet franchise vereisten aan een non-concurrentiebeding (art. 7:920 lid 2 BW). Een beding in strijd met de in art. 7:920 BW neergelegde goodwill- en concurrentiebepaling is nietig (art. 7:922 BW). Vóór 1 januari 2021 gesloten franchiseovereenkomsten moeten uiterlijk op 1 januari 2023 aan deze punten voldoen. Dit is een uitzondering op de directe werking van de Wet franchise.

Daarnaast introduceert de Wet franchise met art. 7:921 BW een instemmingsrecht van de franchisenemer(s). Schematisch weergegeven ziet het instemmingsrecht er als volgt uit:

Als in de franchiseovereenkomst een drempelniveau ontbreekt, is altijd voorafgaande instemming vereist, ongeacht de omvang van de verlangde investering, financiële bijdrage, kosten of omzetderving. Vóór 1 januari 2021 gesloten franchiseovereenkomsten moeten uiterlijk op 1 januari 2023 aan het instemmingsrecht voldoen (en een drempelniveau bevatten). Ook dit is een uitzondering op de directe werking van de Wet franchise.

In de praktijk wordt ruimschoots van deze ruimere periode tot 1 januari 2023 gebruikt gemaakt om de (model) franchiseovereenkomsten op het gebied van goodwill, non-concurrentie en instemmingsrecht (met een drempelniveau) compliant met de Wet franchise te maken. Dat verbaast niet. In franchiseverhoudingen is immers veelal afgesproken dat wijziging van de franchiseovereenkomst in overleg met een vertegenwoordigend orgaan van de franchisenemers plaatsvindt. Dit overleg kan wat (meer) tijd in beslag nemen. Ook vindt juist ten aanzien van deze onderwerpen debat tussen franchisegevers en –nemers plaats, nu de belangen van franchisegevers en franchisenemers ten aanzien van deze onderwerpen niet steeds parallel lopen. De periode tot 1 januari 2023 biedt hier de ruimte voor, terwijl partijen zich ondertussen wel al per 1 januari jl. aan de informatieverplichtingen moeten houden en zich als goed franchisegever, respectievelijk franchisenemer, dienen te gedragen.

Kortom: de komende tijd zullen nog veel zaken op hun plaats vallen. Een mooie uitdaging voor General Counsel en juridische adviseurs om samen in op te trekken!

Over de auteur

Timo Jansen, partner advocaat bij Lexence
+31 20 5736 842
+31 65 1335 998
t.jansen@lexence.com
EXPERTISE: Litigation

 

 

 

 

 

Anne Spaargaren, advocaat bij Lexence
+31 20 5736 814
+31 63 1952 150
a.spaargaren@lexence.com
EXPERTISE: Litigation